Hogere tarieven in de roerende voorheffing: hoe zit het precies?

De nieuwe regering heeft aan het systeem van de roerende voorheffing heel wat wijzigingen aangebracht. De tarieven werden verhoogd en er werd een bijkomende heffing van 4 % ingevoerd. We zetten de nieuwe regeling aan de hand van enkele concrete voorbeelden uiteen.

Interesten

Interesten werden vroeger belast aan 15 %, dat wordt nu in principe 21 %.
Hierop bestaan twee uitzonderingen:

Voor de interesten van uw spaarboekje blijft de oude regeling bestaan: u betaalt geen belasting op de eerste schijf van 1.830 euro en 15 % op het bedrag dat u boven deze grens ontvangt.
Voorbeeld: u ontvangt op uw spaarboekje 2.330 euro interesten. U betaalt 15 % RV op 500 euro (2.330-1.830) = 75 euro.

De Staatbons die eind 2011 nog door de regering-Leterme werden uitgegeven, en waarop werd ingeschreven tussen 24 november en 2 december. De inkomsten die u hieruit haalt blijven belast aan 15 %. Dit verlaagd tarief van 15% geldt enkel voor deze specifieke Staatsbons. De opbrengsten van alle andere kapitalisatiebons en dergelijke zullen aan 21% belast worden, ook al heeft u er op ingeschreven voor er van de nieuwe wet sprake was.

Dividenden

Dividenden die vroeger al aan 25 % werden belast, blijven aan 25 %.
Dividenden die vroeger van een lager tarief genoten (10, 15 of 20 %) vallen nu ook onder het tarief van 21 %. Dit geldt onder andere voor inkoopboni bij de inkoop van eigen aandelen.
Ook hierop bestaat een belangrijke uitzondering: een liquidatiebonus (wat bij de ontbinding van een vennootschap wordt uitgekeerd boven de terugbetaling van het gestort kapitaal) blijft belast aan het bestaande gunsttarief van 10%.

Een bijkomende heffing

Bovendien werd er een bijkomende heffing van 4% ingevoerd op roerende inkomsten die de 13.675 euro te boven gaan (dit wordt geïndexeerd 20.000 euro voor het aanslagjaar 2013, dit is het inkomstenjaar 2012).
De bijkomende heffing geldt niet voor :

De inkomsten uit spaarboekjes.

De Staatsbons waarop werd ingeschreven tussen 24 november en 2 december 2011.

De liquidatieboni.

De dividenden die al aan een RV van 25% onderworpen zijn.

Voorbeeld: u krijgt 22.000 euro interest van een spaarboekje. Dit is meer dan 20.000 euro. Op interesten uit spaarboekjes is de bijkomende heffing echter sowieso niet van toepassing. U betaalt 15% op 20.170 euro (22.000 - 1.830 van het vrijgesteld gedeelte) = 3.025,50.
Hoe de grens van 20.000 euro wordt berekend, is niet zo eenvoudig. In de eerste plaats wordt er rekening gehouden met de dividenden en intresten die zelf niet aan de bijkomende heffing zijn onderworpen. Worden echter niet meegeteld:

Het vrijgestelde deel van de inkomsten van spaarboekjes, m.a.w.: de eerste 1.830 euro.

De eerder genoemde Staatsbons van de regering-Leterme.

Liquidatieboni.

Enkele voorbeelden:

U ontvangt 16.000 euro rente van een spaarboekje en 5.000 euro aan dividenden. Toch zal u de grens niet overschrijden. De eerste 1.830 euro van het spaarboekje wordt immers niet meegeteld. Daardoor blijft u net onder de grens: (16.000 - 1.830) + 5.000 = 19.710

U ontvangt 22.000 euro van een spaarboekje en 5.000 euro aan dividenden. Nu wordt de drempel wel overschreden: (22.000 - 1.830) + 5.000 = 25.170. De drempel wordt dus met 5.170 euro overschreden. Op hoeveel moet u de bijkomende 4% dan betalen ? U betaalt de bijkomende heffing op 5.000 euro. Die laatste 170 euro slaat immers op het spaarboekje en ontsnapt aan de bijkomende heffing.

U ontvangt een liquidatiebonus van 22.000 euro en 5.000 euro aan dividenden. Enkel de dividenden tellen mee: 5.000 euro. De drempel wordt dus niet overschreden.

Hoewel het niet expliciet in de wet staat, mogen we ervan uitgaan dat deze grens wordt beoordeeld per persoon en niet per gezin. Voor echtgenoten wordt de grens dus voor elk bepaald aan de hand van de eigen roerende inkomsten.

De persoon (bv. de bank) die u de roerende inkomsten uitbetaalt is verplicht alle gegevens, inclusief de identificatie van u als verkrijger, aan een centraal aanspreekpunt door te geven. U kan dit enkel vermijden, door op voorhand toe te staan dat ook de bijkomende heffing onmiddellijk aan de bron ingehouden wordt.

Niet langer bevrijdend

Vroeger werkte de roerende voorheffing bevrijdend. Vanaf nu geldt er echter een algemene aangifteplicht: dit wil zeggen dat u in uw aangifte in de personenbelasting uw roerend inkomen alsnog moet aangeven. Enkel als de bijkomende heffing al aan de bron is ingehouden, ontsnapt u daaraan.

Andere roerende inkomsten

Alle andere roerende inkomsten, zoals lijfrenten, diverse inkomsten van roerende aard en inkomsten uit auteursrechten, blijven onderworpen aan het tarief van 15%. Ook voor deze inkomsten geldt de algemene aangifteplicht.  


© Fiduciaire Swinnen & Partners bvba
Martelarenstraat 74
2400 Mol
Tel : 014 / 33 74 00
Fax : 014 / 32 06 51
info@fidu-swinnen.be
www.fidu-swinnen.be